Extra bescherming van het Limburgs onder deel III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden lijkt kansrijk en realiseerbaar, volgens het adviesrapport Limburgs óngerwaeg. De commissie onderzoekt voorstellen voor 2030 en concludeert dat 51 van de 68 maatregelen direct bruikbaar zijn of op langere termijn relevant kunnen worden; deze worden verder uitgewerkt op gebieden zoals onderwijs, bestuur, media en cultuur. Belangrijkste korte-termijnadviezen omvatten onder meer structureel gebruik van Limburgs in Provinciale Staten, een vaste plek in beleid en een aparte taalenquête, met aandacht voor taaltechnologie en AI-toepassingen. De route naar 2030 voorziet in verdere evaluatie tussen 2026 en 2029 en een realistische, breed gedragen aanvraag voor deel III-bescherming.
Extra bescherming van het Limburgs onder deel III van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden is volgens de Actiecommissie Limburgse Taal kansrijk én realiseerbaar. Dat blijkt uit het adviesrapport Limburgs óngerwaeg, dat 3 september jl. werd aangeboden aan Gedeputeerde Staten van Limburg.
Nederland staat open voor deel III-aanvraag
Nieuw is dat de Nederlandse regering bij de Raad van Europa heeft aangegeven open te staan voor steun aan een Limburgse deel III‑aanvraag. Er is nu ook ruimte voor maatregelen die pas op langere termijn worden uitgevoerd. Michielsen: “De commissie adviseert daarom een Taalplan Limburgs 2030-2050, dat richting geeft aan de toekomst van het Limburgs en helpt bij het selecteren van passende deel III-maatregelen.”
Geen Standaardlimburgs nodig
Volgens de Actiecommissie is een standaardtaal niet vereist voor deel III‑bescherming. In al haar variaties kunnen Limburgse dialecten – met duidelijke afspraken – ook in formele situaties worden gebruikt, zowel mondeling als in bepaalde gevallen schriftelijk. Daarmee zijn de meeste deel III‑maatregelen gewoon toepasbaar.
Aanbevelingen voor de korte termijn
Voor een succesvolle aanvraag in 2030 moeten veel maatregelen door de overheid zelf al in de praktijk gerealiseerd zijn. De commissie ziet dat de provincie nu al bestuurlijke keuzes kan maken en dat structurele middelen per direct noodzakelijk zijn om het doel van 2030 te bereiken. Zij adviseert in haar rapport onder meer:
- Structureel gebruik van het Limburgs in Provinciale Staten;
- Een vaste plek voor het Limburgs op alle provinciale beleidsterreinen;
- Provinciaal onderzoek naar mogelijkheden om het Limburgs hoor- en zichtbaar in te zetten in publiekscommunicatie op al haar beleidsterreinen;
- Een provinciale taalenquête en structurele monitor;
- Een leerstoel en kennisinstituut voor Limburgse taal en taaltechnologie;
- Structurele ondersteuning van Limburgstalige media.
Ook benadrukt de commissie het belang van taaltechnologie en AI‑toepassingen, die het Limburgs beter bruikbaar kunnen maken in onderwijs, media en publieke dienstverlening.
Route naar 2030
Tussen 2026 en 2029 wordt per beleidsterrein onderzocht welke van de geselecteerde maatregelen wenselijk en breed gedragen zijn, via enquêtes, consultaties en gesprekken met taal- en maatschappelijke organisaties. Doel is een realistische en breed gedragen aanvraag in 2030 voor deel III-bescherming gebaseerd op kennis, toekomstvisie en uitvoerbaarheid.
Zoals de Actiecommissie stelt:“Uiteindelijk gaat het erom dat burgers, nu en in de toekomst, zelf kunnen kiezen óf, waar en wanneer zij (hun) Limburgs of Nederlands gebruiken.”
Onder het Handvest heeft de overheid al sinds 1997 de verplichting op zich genomen om de voorwaarden te creëren die deze keuzes voor het Limburgs mogelijk maken. Deel III van het Europees Handvest bevat meer concrete maatregelen om het gebruik van een regionale taal te versterken.