De tv gaat niet meer aan, de stofzuiger doet het niet meer, de koptelefoon geeft geen geluid. Kies je dan voor reparatie of koop je een nieuw exemplaar? Uit onderzoek van Erasmus School of Law blijkt dat de meeste consumenten een kapot product vervangen, terwijl reparatie in veel gevallen mogelijk is, minder grondstoffen kost en een kleinere milieu-impact heeft. Binnen het project 'Tackling Fixophobia' onderzochten wetenschappers van Erasmus School of Law daarom welke maatregelen reparatie van consumentenelektronica kunnen stimuleren. Madeleine Merkx, hoogleraar indirecte belastingen, Martijn Schippers, universitair hoofddocent douanerecht, en Jelle Boonstra, onderzoeker indirecte belastingen, brachten in kaart welke reparatiebelemmeringen op het gebied van btw en douane bestaan en hoe deze kunnen worden verminderd of weggenomen. Zij concluderen dat een pakket aan maatregelen nodig is om de voorkeur voor vervanging in plaats van reparatie te verminderen, variƫrend van strengere productontwerpeisen tot aangepaste fiscale regelgeving en aangescherpte wettelijke garantievoorwaarden.de
Omdat btw en douanerechten in theorie bij iedere productlevering- en reparatie kunnen worden geheven, hebben de onderzoekers de hele leverings-/reparatieketen vanuit fiscaal perspectief geanalyseerd. In dit verband is het goed om te realiseren dat reparaties niet op zichzelf staan. De winkel waar een product bijvoorbeeld is gekocht, repareert vaak niet zelf, maar stuurt het product naar de partij die de garantieverplichting draagt. Die partij kan dat vervolgens weer uitbesteden aan een reparateur, die voor de eigenlijke reparatie onderdelen inkoopt bij een derde. Bij al deze partijen heeft de reparatie btw-gevolgen. Indien het product buiten de EU wordt gerepareerd, komen ook douanerechten in beeld. Btw- en douaneregels stammen veelal uit de jaren ’60 en zijn niet ontworpen met complexe internationale leverings-/reparatieketens in het achterhoofd, zoals die nu bij consumentenelektronica gebruikelijk zijn. Dit leidt volgens de onderzoekers tot een aantal terugkerende knelpunten.
Als een fabrikant bijvoorbeeld onderdelen tussen EU-landen verplaatst in het kader van reparaties, kan dat tot een btw-registratieverplichting in die landen leiden. Het aanhouden van een btw-registratieverplichting is door de Europese Commissie enkele jaren geleden qua kosten geschat op 2.400 tot 8.000 euro per jaar, per btw-registratie. Een ander voorbeeld is het omruilen van een kapot product voor een nieuw reeds gerepareerd exemplaar. In de praktijk gebeurt dit geregeld om consumenten niet al te lang zonder werkend product te laten zitten. Het omruilen van een product kan leiden tot het verschuldigd worden van btw door de betreffende productleverancier, terwijl daar geen betaling van consumenten tegenover staat. De verschuldigde btw vormt dan een kostenpost voor de betreffende productleverancier.
Ook komt het voor dat producten buiten de EU worden gerepareerd, zoals relatief dure hoofdtelefoons. In dergelijke situaties zijn eventueel verschuldigde invoerrechten en invoer-btw niet altijd terug te vragen en vormen daardoor een kostenpost. Daarnaast ontbreekt een goede methode om de heffingsmaatstaf (d.w.z. de douanewaarde) vast te stellen voor gerepareerde producten, hetgeen tot discussies en administratieve lasten kan leiden.
Voor deze knelpunten doen de onderzoekers concrete aanbevelingen. Zo kan een beleidsaanpassing het aantal btw-registratieverplichtingen terugdringen. Ook worden beleidsaanbevelingen gedaan op het gebied van kapotte producten die worden omgeruild voor een werkend exemplaar, zodat de praktijk niet noodzakelijkerwijs wordt opgezadeld met aanvullende btw-kosten. Ten aanzien van reparaties buiten de EU stellen de onderzoekers voor het recht op teruggaaf van invoer-btw te verruimen en richtlijnen te introduceren op basis waarvan de heffingsmaatstaf (douanewaarde) voor gerepareerde producten nauwkeuriger en eenvoudiger kan worden vastgesteld. Met deze en andere aanbevelingen hopen Merkx, Schippers en Boonstra de fiscale drempels voor reparatie stap voor stap te verlagen, zodat belastingregels de keuze voor repareren niet langer onbedoeld ontmoedigen.
Een voor de hand liggende maatregel is een verlaagd btw-tarief op reparaties, bijvoorbeeld 9 in plaats van 21 procent. De onderzoekers onderzochten deze optie uitgebreid, maar raden haar af. Nederland kan op basis van de huidige Europese regels sowieso alleen een verlaagd tarief invoeren voor reparaties van huishoudelijke apparaten, niet voor consumentenelektronica in het algemeen. Bovendien verandert een lager btw-tarief niets voor reparaties onder garantie, want daarover is al geen btw verschuldigd. Uit een enquête onder consumenten blijkt daarnaast dat de meeste mensen pas kiezen voor vervanging in plaats van reparatie wanneer de kosten met ongeveer de helft dalen. Een tariefsverlaging van 21 naar 9 procent als zodanig bereikt dat effect niet. De onderzoekers noemen een concretere wettelijke garantietermijn en gerichte reparatiesubsidies als alternatieven die mogelijk effectiever zijn, al is verder empirisch onderzoek nodig om dat te bevestigen.
De overkoepelende conclusie van het onderzoek is dat er niet één fiscale maatregel bestaat die reparatie in één klap aantrekkelijker maakt. In plaats daarvan is een pakket aan maatregelen nodig om consumenten te bewegen sneller te repareren in plaats van te vervangen. Het streven is dat wanneer een wasmachine, stofzuiger of koptelefoon kapot gaat, reparatie een net zo vanzelfsprekende optie wordt als het kopen van iets nieuws.
Daarmee raakt het onderzoek aan een grotere maatschappelijke opgave. De weg naar een circulaire economie loopt niet alleen via technologie of gedragsverandering bij consumenten, maar eveneens via belastingregels waar vooralsnog beperkt met reparatiestromen rekening is gehouden. Gerichte aanpassingen in wet- en regelgeving, van strengere productontwerpeisen tot aangepaste fiscale regels en aangescherpte garantievoorwaarden, kunnen zo bijdragen aan minder grondstoffenverbruik en afval, doordat apparaten vaker een tweede leven krijgen in plaats van bij het afval te belanden.
https://www.eur.nl/nieuws/waarom-belastingregels-reparatie-van-consumentenelektronica-belemmeren