| Datum | 15.10.2026 |
| Subjekt | Staatsbosbeheer |
| Autor | Mark Kras |
| [email protected] | |
| Kontakt | <div> <div> <span> Over de auteur </span> </div> <div> <div> <div> <div> <span>Mark Kras</span> <span> Boswachter </span> </div> <div> <div> Boslaan 10-12 </div> <div> 2594 NB Den Haag </div> [email protected] <span> 070-3851050 </span> </div> </div> <div> </div> </div> </div> </div> <div> <span> Over de auteur </span> </div> <div> <div> <div> <div> <span>Mark Kras</span> <span> Boswachter </span> </div> <div> <div> Boslaan 10-12 </div> <div> 2594 NB Den Haag </div> [email protected] <span> 070-3851050 </span> </div> </div> <div> </div> </div> </div> <div> <div> <div> <span>Mark Kras</span> <span> Boswachter </span> </div> <div> <div> Boslaan 10-12 </div> <div> 2594 NB Den Haag </div> [email protected] <span> 070-3851050 </span> </div> </div> <div> </div> </div> <div> <span>Mark Kras</span> <span> Boswachter </span> </div> <div> <div> Boslaan 10-12 </div> <div> 2594 NB Den Haag </div> [email protected] <span> 070-3851050 </span> </div> |
| Region | Niederlande |
| Kategorie | Gesundheitswesen und Krankenhäuser, Ökologie, Umwelt |
Het is meer dan twintig jaar geleden dat ik ze hier zag. Vorkstaartplevieren boven de Ebrodelta. Sindsdien veranderde het landschap, veranderde de techniek en veranderde ook mijn eigen zicht.
Ziedende snelheid drijft ze voort. Links hoog, rechts over het riet, voor, achter, laag! Zachtbruine vlekken vliegen rond en rond. Ongezien knappen insecten in fijngebogen zwarte snavels. Het laatste dat het facetoog van de kever ziet, is de rode lippenstift die net niet tot aan de vileine punt van de lichtgebogen klauwierensnavel reikt. Grote ogen vangen het Catalaanse zonlicht. Ze glanzen, nee, ze schitteren fel. Een felheid die het zachtbruine verenkleed logenstraft. Dit zijn rovers in het zwerk. Hun wenkbrauwen nemen het directe zonlicht van boven weg. Het zijn vogels van zuidelijke streken, waar de zon iedere dag tot grote hoogte aan de hemel reikt. In mijn verrekijker spat hun doordringende blik door de dakkantprisma's mijn ogen binnen.
Ik krijg een brok in mijn keel. Overvallen door emotie. Het is meer dan twintig jaar geleden dat ik ze hier voor het laatst zag. De paellarijstvelden werden toen nog afgewisseld met ruige, onbestemde vlakten. Op een zandweggetje verzamelde zich een groep. Lopend en rondvliegend omsingelden de plevieren mijn dierbare vriend Roland en mij met hun ongekende schoonheid. Nu is de Ebrodelta strak ingedeeld. Een bestemmingsplan, een vel ruitjespapier dat zijn weerslag vindt in het landschap. Al vele jaren komen we hier terug, op zoek naar de emotie van toen. Destijds was de camera geladen met diarolletjes. Nu ratelt hij een geheugenkaartje vol. Niet alleen Roland, maar ook dierbare vriend en collega Astrid helpt me bij het zien van de vele natuurpareltjes van dit gebied.
Mijn ogen zijn in die jaren hard achteruitgegaan. Glaucoom en staar hebben licht weggenomen. Ik zie slechts vlekken voorbijsnellen. De camera piept als bevestiging dat er is scherpgesteld. Zou het een vorkstaartplevier zijn? Pas 's avonds zie ik dat de missie is geslaagd, zie ik d details die ik hierboven beschrijf. Op mijn laptop verschijnen beeld na beeld. Van de honderden foto's zijn er enkele haarscherp. Ze tonen de prachtige tekening van de kop. Die zwarte lijn, als een traan druipend over de wang van de vogel. Een traan die zich weerspiegelt in het verdriet dat mijn gezichtsverlies met zich meebrengt.
Vorkstaartplevieren zijn familie van onze weidevogel de kievit en van de pionier van menig nieuw ingericht slikgebied: de kleine plevier. Kieviten zijn iedere lente een vreugde wanneer zij hun duikvluchten maken boven de Hollandse weiden. Ook kleine plevieren hebben me verrukt met hun baltsvluchten boven de duinen van Nationaal Park Hollandse Duinen. Maar wat vorkstaartplevieren presteren, heeft mijn dromen twintig jaar lang gevuld. Ze doen me denken aan de vermetele jagers van het Schotse Handa Island.
Vorkstaartplevieren houden van open vlaktes, liefst met schaarse begroeiing en wat vee. Met de snelheid waarmee ze over ons heen scheren, kan ik me voorstellen dat je tijdens de jacht op kevers niet zit te wachten op een plots opdoemende boom of een metershoog rotsblok. Die voorliefde voor open vlaktes is kenmerkend voor plevieren. Ze houden graag zicht op hun omgeving. De vier eieren van een vorkstaartplevier liggen in een ondiep kuiltje op vrijwel kale grond, met de punten naar elkaar gericht, lees ik in de app BWP (Birds of the Western Palearctic) van uitgever Nature Guides. Opnieuw komt de vergelijking met onze kievit bij me boven. Die legt zijn eieren immers ook in een open veld, zonder noemenswaardige zorg en dekking.
Toen ik hier twintig jaar geleden stond, was mijn zicht nog uitzonderlijk goed. Met groot gemak spotte ik op grote afstand bijzondere vogels of vond ik een klein insect tussen een wirwar van takken en twijgen. De laatste tien jaar sloopte een te hoge oogdruk mijn netvlies. Oogzenuw voor oogzenuw, kegeltje voor kegeltje, staafje voor staafje. Op het moment dat ik hier in de Ebrodelta sta, heb ik al drie oogoperaties achter de rug en jaren van medicijngebruik. Na de operaties is ook staar ingetreden en is een sluier over mijn waarneming van alles om mij heen komen te liggen.
In mijn hoofd bereid ik me al jaren voor op de dag dat ik nauwelijks meer kan zien. Nu, hier in mijn geliefde Spanje, dienen mijn dierbare vrienden Astrid en Roland als mijn ogen. Zij roepen mij aanwijzingen toe. Mijn camera maakt zichtbaar wat mijn ogen zonder hulp nauwelijks zien. Voor vogels op een tak, hek of stengel kan ik vaak nog ter plekke herkennen. Deze ziedend rondvliegende vorkstaartplevieren zal ik pas die avond echt zien.