‘Voor veel patiënten is het eerste jaar na de ingreep het lastigste’ 28.9.2026 | ZIEKENHUIS AAN DE STROOM Sinds 2020 werd Lutgard twee keer geopereerd voor hoofd- en halskanker. De grootste mentale impact kwam pas na de tweede ingreep en draagt ze tot op vandaag met zich mee. Sinds 2020 kreeg Lutgard twee keer de diagnose van hoofd- en halskanker, met twee operaties tot gevolg. De chirurgen van de ZAS kliniek voor hoofd-halstumoren konden de tumoren succesvol verwijderen en fysiek herstelde Lutgard goed. Maar de grootste mentale impact kwam pas na de tweede ingreep en draagt ze tot op vandaag met zich mee. Hoofd- en halskankers zijn alle kankers in het hoofd- en halsgebied, met als meest voorkomende vormen mondkanker, keelkanker en strottenhoofdkanker. “Bij mij zat het de eerste keer op de overgang van mijn mond naar mijn keel. Vijf jaar later kreeg ik opnieuw een diagnose, deze keer van tongkanker. Ik wist zelfs niet dat dat bestond”, zegt Lutgard. Expertise bundelen Lutgard werd geopereerd door professor Marieke Brands, Mond,- Kaak- en aangezichtschirurg bij de ZAS kliniek voor hoofd-halstumoren: “We zijn een gespecialiseerd en multidisciplinair team van mond-, kaak- en aangezichtschirurgen, neus-, keel- en oorartsen, radiotherapeuten en oncologen. Hoofd- en halskanker komt niet vaak voor, maar omdat wij verwijzingen uit heel Vlaanderen krijgen hebben wij een grote expertise in dit type kanker opgebouwd.” Ook het team van diëtisten, logopedisten, sociaal werkers, verpleegkundigen en psychologen heeft veel ervaring met de unieke noden van hoofd-halskankerpatienten. “Door onze expertises te bundelen, kunnen we onze patiënten op de best mogelijke manier omringen. Het is bovendien aangetoond dat de kwaliteit van de behandeling en de overlevingskansen stijgen naarmate je meer patiënten je behandelt in een centrum.” Net als veel patiënten met een vorm van hoofd- of halskanker, ervaart Lutgard vandaag nog steeds een grote impact van de ziekte in haar dagelijks leven. “Na mijn eerste operatie had ik eigenlijk weinig last. Ik had geen bestraling nodig en herstelde snel”, vertelt ze. Na haar tweede ingreep, vijf jaar later, was de impact veel groter, zowel fysiek als mentaal. Lutgard: “ Ik kan sinds de operatie enkel nog vloeibaar eten en spreken is ook moeilijker.” “We zien vaak dat een tweede ingreep sowieso zwaarder is voor patiënten”, licht prof. Brands toe. “Bovendien was de tweede keer niet alleen de keel, maar ook de tong betrokken. Dat is een complexe ingreep, waarbij we een stuk van het bovenbeen gebruiken om een nieuwe tong te maken. We sluiten de microscopisch kleine bloedvaatjes uit het been aan op die van de hals, zodat de nieuwe tong zijn eigen bloedtoevoer heeft.” Een lange weg omhoog Voor Lutgard weegt vooral de eenzaamheid zwaar. “Het eerste jaar na mijn operatie, zag ik het echt niet meer zitten. Voor mij was heel het traject na de operatie erger dan de ingreep zelf. Ik kon niet meer normaal eten en spreken ging ook moeilijk. Feestjes, vakanties, restaurantbezoekjes … het viel allemaal weg. Ik heb vandaag geen andere keuze dan doorgaan, maar het blijft levenslang een erg zwaar traject met veel ups en downs”, zegt Lutgard. “Voor veel patiënten is dat eerste jaar na de ingreep het lastigste”, vult prof. Brands aan. “De operatie is achter de rug, maar dan volgt nog een periode met bestraling, die vaak even zwaar is als het herstel in het ziekenhuis. Ze moeten vaak ook een lange tijd wachten op tandprotheses, omdat de reconstructie van de mond zich nog wat moet ‘zetten’. Het is een lange weg weer omhoog, en dat is vaak frustrerend.” Transparante voorbereiding Het team van de Hoofd-Halskliniek probeert patiënten zo goed mogelijk voor te bereiden op wat er komt. Professor Brands: “Persoonlijk vind ik het als arts heel belangrijk om duidelijk en transparant te zijn. Dat is niet altijd makkelijk, want vaak valt de diagnose heel zwaar en verwerken mensen niet alle informatie. Het besef van wat het concreet is om eet- en spraakmoeilijkheden te hebben, daalt meestal pas echt goed in na de ingreep.” Onzichtbare handicap Elke behandeling voor hoofd-halskanker is uniek. Die persoonlijke verschillen zijn in sociale situaties soms moeilijk. Lutgard: “Ik heb het gevoel dat ik mij voortdurend moet verantwoorden. Mensen zien niet meteen aan mij dat ik een handicap heb en daardoor is er niet altijd begrip. Ik moet steeds weer uitleggen dat ik écht geen voeding met stukjes kan eten, dus ook geen juliennesoep. Het is heel frustrerend om te voelen dat er zo weinig begrip is.” Net dat uitleggen is voor veel patiënten ook een probleem. Professor Brands: “De mondanatomie is heel complex. De tong voert tal van kleine bewegingen uit als we praten of eten. Na de ingreep, kan het gereconstrueerde stuk van de tong niet meer zelfstandig bewegen. Daardoor is het bijvoorbeeld heel lastig om een stukje eten onder je tong vandaan te halen. Ook opnieuw leren praten is een uitdaging.” Lutgard: “Klopt. Ik bel nog altijd niet graag, en gesprekken in grote groepen zijn ook moeilijk. Ik praat het liefst één op één.” Slikvriendelijke restaurants Gelukkig zijn er ook mensen in Lutgards omgeving die wel rekening houden met haar noden. “Het is voor mij vaak genoeg als de intentie er is. Ik ging bijvoorbeeld ooit naar een feestje van een kennis, en zij had vier soorten pudding voor mij voorzien!” Ook contact met lotgenoten is helpend. “We komen een paar keer jaar samen met een groep patiënten. Zij luisteren écht zonder ongevraagd advies te geven. Ze begrijpen ook wat je meemaakt, want ze zitten in hetzelfde schuitje.” Uit eten gaan blijft voor veel patiënten met hoofd-halskanker een uitdaging. “Ik ben recent voor het eerst met mijn kinderen op restaurant geweest. Ik had op voorhand gebeld om mijn noden uit te leggen. Die stap durven te zetten, heeft mij deugd gedaan, maar er is nog veel ruimte voor verbetering. Het zou fijn zijn als restaurants bijvoorbeeld ergens op hun menukaart vermelden dat je om aangepast eten kan vragen. Ik doe hierbij een oproep naar ‘slikvriendelijke’ restaurants (lacht)!” Dokter Brands beaamt: “Je beseft pas hoe groot de rol van eten is in je leven, op het moment dat het niet meer vanzelfsprekend is.” https://www.zas.be/nieuws/voor-veel-patienten-het-eerste-jaar-na-de-ingreep-het-lastigste